Texelse zandbij - Andrena fulvago
Kleine (9-10 mm), matig behaarde bijen met geelachtig doorschijnende achterschenen; kop en borststuk bruingeel behaard; achterlijf glanzend.
Vrouwtje: fimbria goudgeel, scopa geel; achterranden met lange geelachtige beharing; het 4e rugsegment een vrij ijle haarband.
Vliegperiode: begin mei - half juli. Bloembezoek: op Texel vooral op klein streepzaad, veel minder vaak op gewoon biggenkruid en muizenoor. Nesten: in de grond. Voorkomen: Texel (vooral op en rondom de Hoge Berg) en Zuid-Limburg.