Zwartbronzen zandbij - Andrena nigroaenea
Vrouwtje: borststuk bruinachtige behaard; achterlijf glanzend (ertsglans). zonder duidelijke haarbanden, de eerste drie rugsegmenten bruin en de laatste zwart behaard; fimbria zwart; scopa geelbruinachtig; poten in hoofdzaak zwart; kop van voren grotendeels zwart behaard; lengte 11-15 mm,
Vliegperiode: eind maart - half juni. Bloembezoek: in het vroegere voorjaar op wilgen (boswilg en grauwe wilg), later op andere planten, onder meer paardenbloem, heggenrank, dolle kervel en zevenblad. Nesten: in de grond. Voorkomen: buiten de klei en veengebieden vrij algemeen, in de duinen schaars tot zeldzaam; is ook een stadsbij.