Grijze rimpelrug - Andrena tibialis
Grote (12-14 mm) bijen met een bruinachtig behaard borststuk. Vrouwtje: fimbria zeer donker tot zwart; achterschenen doorschijnend, scopa roodgeel; voorkant kop en onderzijde borststuk witachtig/vuilwit behaard; achterlijf dun en lang witachtig behaard; jonge exemplaren ogenschijnlijk met haardbanden op het eind van de rugsegmenten; lengte 13-14 mm.
Vliegperiode: eind maart - eind mei. Bloembezoek: allerlei planten. Nesten: in de grond. Voorkomen: vrij algemeen, in het grootste deel van het land.