Roodbuikje - Andrena ventralis
Kleine (7-9 mm), weinig min of meer witachtig behaarde bijen met glanzend achterlijf; achterranden van de rugsegmenten roodachtig doorschijnend; achterrand rugsegmenten 2-4 opzij met korte, niet duidelijk haarbanden. Vrouwtje: kop en borststuk grijsachtig behaard; Buiksegmenten gedeeltelijk roodachtig gekleurd; scopa grotendeels witachtig.
Vliegperiode: april-mei. Bloembezoek: in hoofdzaak wilgen. Nesten: zandige tot leemachtige bodems. Voorkomen: verspreid over het grootste gedeelte van het land.