Tuinhommel - Bombus hortorum
Punt achterlijf geheel of grotendeels wit; borststuk voor- en achterkant borststuk geel behaard/met gele banden en het 2e rugsegment (voorste helft achterlijf) met 1 gele band (op het oog 3 banden in totaal); kop langwerpig (duidelijk langer dan breed); lengte kon. 18-26 mm; w. 10-15 mm.
Vliegperiode: kon/w.half mrt-begin sep; m. jun-begin sep. Nestelt onder meer in verlaten muizennesten en nestkastjes van vogels. Koekoekshommel: B.barbutellus. Milieu: in allerlei terreinen binnen en buiten de stad; Voorkomen:  minder algemeen tot vrij zeldzaam.