Kleine klokjesbij - Chelostoma campanularum
Vrij kleine (4-6 mm) smalle, min of meer cilindrisch vormige, dunbehaarde zwarte bijen. Vrouwtje: met witte haarbandjes op het achterlijf; clypeusrand fijn getand. Mannetje: achterrand van zevende tergiet met twee stekels.
Vliegperiode: half juni-half augustus. Bloembezoek: campanula. Nesten: dood hout met oude kevergangen, plantenstengels, rietmatten, rieten daken; ook in bijenhotels in het bijzonder met houtblokken. Voorkomen: in hoofdzaak de zuidoostelijk helft van Nederland.
Kleine klokjesbij in ruigklokje