Grote zijdebij - Colletes cunicularius
Matig behaarde bijen; borststuk bruinachtig behaard (bij jonge bijen donkerbruin), bij oudere afgevlogen bijen lichter. Achterlijf lichter behaard dan het borststuk;12-15 mm.
Vliegperiode: half maart tot eind mei. Bloembezoek: wilgen. Nesten: in de grond. Voorkomen: komt in het duingebied talrijk voor; verder verspreid en lokaal talrijk op de zandgronden in het binnenland vooral in de omgeving van de grote rivieren.