Pluimvoetbij- Dasypoda hirtipes
1 soort in Nederland
Een vrij grote, tamelijk behaarde bij (Lengte 13-15 mm); kop en borststuk geelbruin behaard, met donker gedeelte op het borststuk. Vrouwtjes: rugsegmenten 2-4 (achterlijf) met witte haarbanden; achterpoten met zeer lange verzamelharen.
Vliegperiode: juli-augustus. Bloembezoek: allerlei composieten met lintbloemen. Nesten: in zandige bodem, op open gronden; randen van paden, tussen plaveisel met relatief brede voegen. Voorkomen: algemeen tot vrij algemeen op de binnenlandse zandgronden, zandige delen van het kustgebied.
 
Mannetjes: boven net uit het nest; onder sterk verschoten
Stuifmeel en nectar worden in het algemeen op gele composieten met lintbloemen verzameld,  maar ook op planten die zowel buis als lintbloemen hebben en anders zijn gekleurd:  schermhavikskruid, stijf havikskruid, echt bitterkruid, wilde cichorei,  akkermelkdistel, brosse melkdistel,  gewoon knoopkruid, gewoon biggenkruid, vertakte leeuwentand, speerdistel, klein streepzaad.
Schermhavikskruid