Bonte viltbij Epeoloides: 1 soort in Nederland
Kleine (8-10 mm) kale tot weinig behaarde bijen met witte viltachtige vlekken op een rood of bruingeelachtig achterlijf.  De ogen zijn bij levende dieren opvallend blauwgroenachtig gekleurd. Vrouwtjes: vrijwel kaal, met uitzondering van de viltachtige haarvlekken.
de eerste drie achterlijfsegmenten (tergieten) rood; de laatste zwart; het 4e segment met een onderbroken witte haarband. Vliegperiode: juli-eind augustus.
Bloembezoek: onder meer grote kattenstaart, wolfspoot, kleine leeuwentand, akkerdistel. Waarschijnlijk op alle nectarplanten waar slobkousbij zelf ook op vliegt. Koekoeksbij bij Slobkousbij. Voorkomen: natte, voedselrijke zand en leemgronden in oostelijke helft van het land .
Mannetje (onder): achterlijf bruingeelachtig; borststuk relatief lang, bruingeel behaard; de viltige haarvlekken zijn minder opvallend. Bij de mannetjes zijn de ogen meer turquois.