Rouwbijen - Melecta: 2 soorten in Nederland
Bruine rouwbij - Melecta albifrons
Grote bruinbehaarde bijen(12-16 mm); achterlijf zwak, maar goed zichtbaar toegespitst; met witte/vuilwitte viltachtige vlekken op het achterlijf. Mannetjes en vrouwtje zijn in het veld niet van elkaar te onderscheiden. Ten opzichte van andere bijensoorten is de bruine rouwbij nauwelijks te verwarren. Koekoeksbij bij sachembijen.
Vliegperiode: april-half juni. Bloembezoek: allerlei bloemen. Voorkomen: komt in hoofdzaak in het zuidelijk gedeelte van ons land voor; komt vermoedelijk meer in steden voor dan daarbuiten.
 
Bruine rouwbij bij nest Sachembij
 
Koekoeksbij bij sachembijen dus dezelfde nesten en nestplaatsen; afhankelijk van de grote van de kolonie sachembijen kunnen bruine rouwbijen met honderden bij de nesten aanwezig zijn.
Legenda bij kaartje
A Algemeen tot vrij algemeen per provincie of een groot gedeelte daarvan: meer dan 10 uurhokken verspreid
R Regionaal algemeen met 6-10 uur hokken
L Locaal of een kleine regio met 3-5 uur hokken
0 1-2 hokken. 0 symboliseert ook gebieden die misschien sterk onderbemonsterd zijn.
Het verspreidingskaartje is globaal. Het betreft waarnemingen na 1990. In hoofdzaak gebaseerd op het boek De Nederlandse bijen (Peeters et al., 2012)
De kaartjes zijn voorlopig; ze worden in de winter van 2015-2016 vervangen.