Gewone dubbeltand - Nomada ruficornis
Kop zwart, met rood gekleurde delen; kop en borststuk aan de bovenkant kort roestgeel behaard;  gezicht, en delen zijkanten borststuk wit behaard;  borststuk zwart, met roodgekleurde delen onder meer met  vier brede strepen op bovenkant borststuk; achterlijf roodbruin, rugsegmenten vooraan met zwarte band;  2e en 3e met bleekgele zijvlekken;  4e en 5e rugsegment met middenvlek die zeer variabel van grote kan zijn; poten donkerrood; lengte 8-11 mm.
Vliegperiode: half april - begin juni. Voorkomen: vrij algemeen in het grootste deel van het land in de kustprovincies zeldzamer. Gastheer: roodgatje.