Kauwende metselbij - Osmia leaiana
Kleine (8-10 mm) bruinachtig of vuil geel behaarde bijen, het achterlijf dun behaard; lichaam zwart zonder opvallende metaal glans. Vrouwtje: buikschuier roodbruin; bruinachtig behaard.
Vliegperiode: half mei - tweede helft van augustus. Bloembezoek: composieten, zoals akkerdistel, speerdistel, knikkende distel, knoopkruid, klein streepzaad, gewoon biggenkruid. Nesten: dode hole takken, rietstengels, rietdaken, koude kevergangen in dood hout, gaten in stenen. Voorkomen: zeldzaam ten zuiden van de lijn Bergen - Enschede.